Europese actualiteit: focus op duurzaamheid en pensioenen (RIS, SFDR, PEPP en IORP)

De voorbije weken hebben verschillende Europese dossiers die relevant zijn voor verzekeringsdistributie verdere vooruitgang geboekt. Terwijl de Retail Investment Strategy (RIS) haar laatste fase richting formele goedkeuring ingaat, worden ook de herzieningen van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), het Pan-Europees Pensioenproduct EPP) en het kader voor instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (Institutions for Occupational Retirement Provision IORP) verder behandeld binnen het Europese wetgevingsproces.

Samen geven deze dossiers een goed beeld van de richting die Europa vandaag uitgaat: het stimuleren van duurzame investeringen, het versterken van de aanvullende pensioenopbouw en het verbeteren van de wijze waarop financiële producten worden ontworpen, toegelicht en verdeeld aan consumenten.

Retail Investment Strategy (RIS): op weg naar formele goedkeuring

Sinds de update van Becobra in april is de Retail Investment Strategy (RIS) opnieuw een stap dichter bij formele goedkeuring gekomen.

Op 9 juni 2026 hebben de lidstaten op COREPER-niveau hun goedkeuring gegeven aan het compromis dat tussen de Europese instellingen werd onderhandeld. Hoewel dit nog geen formele goedkeuring inhoudt, bevestigt het dat de politieke onderhandelingen in de praktijk zijn afgerond en dat het wetgevingsproces zijn laatste fase ingaat.

Het Europees Parlement zal naar verwachting later dit jaar over het pakket stemmen. Publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt momenteel verwacht tegen eind 2026 of begin 2027. Vervolgens krijgen de lidstaten 24 maanden om de nieuwe regels om te zetten in nationale wetgeving, gevolgd door een bijkomende periode van zes maanden voordat het nieuwe kader volledig van toepassing wordt.

De officiële geconsolideerde teksten zijn voorlopig nog niet gepubliceerd. Hoewel voorlopige versies reeds onder stakeholders circuleren, zal een definitieve juridische analyse pas mogelijk zijn zodra de definitieve teksten beschikbaar zijn.

Het pakket wijzigt zowel MiFID II (Markets in Financial Instruments Directive) als de Richtlijn Verzekeringsdistributie (Insurance Distribution Directive IDD). Hoewel een groot deel van de discussies betrekking had op beleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (Insurance Based Insurance Products, IBIP’s), reiken verschillende wijzigingen verder dan louter beleggingsactiviteiten en kunnen zij ook gevolgen hebben voor bredere verzekeringsdistributiepraktijken.

De concrete impact van de hervorming zal niet alleen afhangen van de Level I-wetgeving zelf, maar ook van de toekomstige Level II-maatregelen, waaronder gedelegeerde handelingen, uitvoeringsmaatregelen en technische normen die verdere verduidelijking zullen geven over de toepassing van bepaalde bepalingen in de praktijk.

De aandacht verschuift daarom geleidelijk van de politieke onderhandelingen naar de implementatie. De komende jaren zullen bepalend zijn voor de manier waarop de nieuwe principes worden vertaald naar operationele vereisten, toezichtsverwachtingen en dagelijkse distributiepraktijken.

Herziening van SFDR: minder rechtstreekse regelgeving voor tussenpersonen, maar blijvende impact op adviesverlening

De herziening van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) maakt verder vooruitgang binnen het Europese wetgevingsproces.

De Europese Commissie publiceerde haar voorstel in november 2025 en de ECON-commissie van het Europees Parlement bracht haar ontwerpverslag uit in mei 2026. Ondertussen lopen de besprekingen binnen de Raad verder en worden ook in de loop van 2026 verdere onderhandelingen tussen de Europese instellingen verwacht.

De herziening komt er naar aanleiding van bezorgdheden dat het huidige kader te complex is geworden en steeds moeilijker toepasbaar blijkt in de praktijk. Hoewel SFDR oorspronkelijk bedoeld was als een transparantieregime, evolueerde het geleidelijk tot een feitelijk systeem voor de categorisering van duurzame producten, wat onzekerheid creëerde voor zowel productaanbieders als distributeurs. De hervorming beoogt daarom meer transparantie, minder complexiteit en een duidelijkere indeling van duurzaamheidsgerelateerde producten.

Voor verzekeringstussenpersonen is één van de belangrijkste ontwikkelingen dat zowel de Europese Commissie als het Europees Parlement voorstander zijn van het uitsluiten van financiële adviseurs uit het rechtstreekse toepassingsgebied van SFDR. De onderliggende redenering is dat adviseurs en distributeurs geen financiële producten ontwikkelen of beheren, maar klanten begeleiden bij het identificeren van producten die aansluiten bij hun duurzaamheidsvoorkeuren.

Indien deze benadering wordt bevestigd, zouden verschillende informatieverplichtingen op ondernemingsniveau verdwijnen die vandaag nog op adviseurs van toepassing zijn, waaronder verplichtingen inzake duurzaamheidsrisico’s, belangrijkste ongunstige effecten (Principal Adverse Impacts PAI’s) en vergoedingsbeleid. Dit zou een betekenisvolle vermindering van de administratieve en rapporteringslast voor tussenpersonen betekenen.

Tegelijk mag het belang van SFDR voor distributeurs niet worden onderschat. De voorgestelde hervorming introduceert nieuwe productcategorieën, aangepaste duurzaamheidsinformatie en bijkomende maatregelen tegen greenwashing. Verwacht wordt dat deze wijzigingen ook zullen doorwerken in het kader rond duurzaamheidsvoorkeuren onder de IDD. Tussenpersonen zullen daardoor een sleutelrol blijven spelen in het vertalen van duurzaamheidsinformatie naar begrijpelijk en relevant advies voor hun cliënten.

Het Europees Parlement zal naar verwachting zijn werkzaamheden tijdens de zomer voortzetten, terwijl de besprekingen binnen de Raad blijven lopen. Zodra beide instellingen hun positie hebben bepaald, kunnen de triloogonderhandelingen van start gaan. De timing van een definitief akkoord blijft voorlopig onzeker.

Herziening van PEPP: bredere reflecties over de toekomst van aanvullend pensioensparen

De herziening van het kader voor het Pan-Europees Pensioenproduct (PEPP) is in een meer actieve fase terechtgekomen. Op 24 juni heeft de Raad van de Europese Unie zijn onderhandelingspositie over de voorgestelde herziening vastgesteld, terwijl de besprekingen in het Europees Parlement de komende maanden verder zullen wordengezet. Zodra het Parlement zijn standpunt heeft aangenomen, kunnen de triloogonderhandelingen tussen de instellingen van start gaan.

PEPP werd in 2019 ingevoerd als een vrijwillig persoonlijk pensioenproduct dat binnen de hele Europese Unie kan worden aangeboden en overdraagbaar blijft wanneer burgers zich tussen lidstaten verplaatsen. Het initiatief maakt deel uit van de bredere Europese doelstelling om aanvullende pensioenopbouw te versterken en een grotere deelname aan langetermijnkapitaalmarkten te stimuleren.

De huidige herziening volgt op een beperkte marktadoptie en heeft tot doel het kader aantrekkelijker en werkbaarder te maken. De discussies richten zich onder meer op de rol van adviesverlening, informatieverplichtingen en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen productaanbieders en distributeurs. Recente besprekingen binnen de Raad hebben daarnaast verschillende elementen van het Commissievoorstel herbekeken, waaronder de value-for-moneyvereisten, aspecten van het toezicht, fiscale bepalingen en de mogelijkheid om werkgeversbijdragen te faciliteren zonder afbreuk te doen aan het persoonlijke karakter en de derdepijlerfunctie van PEPP.

Voor tussenpersonen is de herziening relevant omdat zij raakt aan bredere vragen rond consumentenbescherming, productgovernance en de respectieve verantwoordelijkheden van aanbieders en distributeurs binnen de distributieketen. De huidige discussies hebben onder meer betrekking op de voorwaarden waaronder advies voor Basic PEPP’s kan worden verstrekt, mogelijke bijkomende vereisten inzake productgovernance voor distributeurs en de reikwijdte van de informatieverplichtingen in het PEPP Key Information Document (KID). Deze discussies weerspiegelen bovendien bredere regelgevende tendensen die steeds vaker zichtbaar worden binnen de Europese financiële wetgeving.

Hoewel PEPP in veel lidstaten voorlopig een nicheproduct blijft, biedt de herziening waardevolle inzichten in de richting die het Europese beleid uitgaat inzake pensioensparen, langetermijninvesteringen en pensioendistributie.  Zij illustreert eveneens hoe bredere regelgevende thema’s, zoals consumentenresultaten, productgovernance en de verdeling van verantwoordelijkheden binnen de distributieketen, steeds meer richting geven aan de Europese regelgeving inzake financiële diensten.

Herziening van IORP: meer aandacht voor pensioentransparantie en pensioenvoorbereiding

De herziening van het kader voor instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP) is een nieuwe fase ingegaan, met verdere besprekingen binnen zowel de Raad als het Europees Parlement. De Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken (EMPL) van het Europees Parlement zal naar verwachting op 22 juni de voorgestelde amendementen bespreken en op 15 juli stemmen over haar advies. Parallel heeft de bevoegde ECON-commissie haar ontwerpverslag gepubliceerd.

IORP vormt het Europese kader voor bedrijfspensioenregelingen, die doorgaans door werkgevers of sectoren worden georganiseerd als onderdeel van de tweede pensioenpijler. De huidige herziening maakt deel uit van een bredere Europese reflectie over de toereikendheid, transparantie en toegankelijkheid van pensioenvoorzieningen in een vergrijzende samenleving.

Naast technische governancevereisten richten de lopende discussies zich steeds meer op de vraag hoe burgers een beter inzicht kunnen krijgen in hun toekomstige pensioeninkomen. Thema’s zoals pensioeninformatie, pensioentransparantie en financiële geletterdheid nemen een prominente plaats in het debat in en weerspiegelen een bredere beleidsdoelstelling om burgers beter te ondersteunen bij hun pensioenplanning.

Documenten (0)

Deel dit artikel

Lees ook deze artikels

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten?