Richtlijn verzekeringsdistributie (IDD): evolutie van toezicht en handhaving sinds 2018 – Wat de EIOPA‑cijfers tonen

De Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) publiceerde recent geactualiseerde gegevens over sancties onder de Richtlijn verzekeringsdistributie (IDD) (2018–2024), Gegevens over aan verzekeringsdistributeurs opgelegde sancties – Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, samen met haar Derde verslag over de toepassing van de Richtlijn verzekeringsdistributie (30 maart 2026, enkel beschikbaar in het Engels). Dit biedt een geschikt moment om het toezichtkader in zijn breder geheel te bekijken.

Meer dan zes jaar na de inwerkingtreding van de IDD maken deze twee publicaties een gecombineerde analyse mogelijk van hoe het kader in de praktijk functioneert: waar toezichthouders ingrijpen via handhaving, hoe toezichtprioriteiten zijn geëvolueerd en wat dit zegt over het gedrag van de markt.

Gezamenlijk wijzen de EIOPA‑cijfers niet op één uniform toezichtmodel binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Nationale bevoegde autoriteiten maken gebruik van uiteenlopende handhavingsinstrumenten, sanctiedrempels en procedurele aanpakken. Deze verschillen vloeien voort uit nationale juridische en institutionele keuzes en wijzen niet noodzakelijk op uiteenlopende regelgevingsdoelstellingen of ‑normen.

Tegelijkertijd valt een duidelijke en consistente trend waar te nemen in alle lidstaten: het toezicht verschuift steeds meer van louter formele of technische tekortkomingen naar feitelijk gedrag en concrete uitkomsten. De aandacht gaat in toenemende mate uit naar de praktische werking van verzekeringsdistributie: de geschiktheid van het advies, de effectieve bescherming van het klantbelang en de mate waarin organisatorische regelingen daadwerkelijk bijdragen aan compliant gedrag.

Voor België tonen de geharmoniseerde EIOPA‑gegevens een toezichtaanpak met een sterke nadruk op vroegtijdige corrigerende interventie. Structurele of organisatorische tekortkomingen worden in eerste instantie aangepakt via maatregelen die gericht zijn op herstel van conformiteit, met meer definitieve sancties waar nodig. Zoals EIOPA expliciet aangeeft, mogen verschillen in toezichtreacties niet worden geïnterpreteerd als verschillen in nalevingscultuur, maar als uitingen van verschillende toezichtmodellen binnen een gemeenschappelijk Europees kader.

Deze nota vat de belangrijkste kwantitatieve trends en structurele evoluties samen die door EIOPA werden geïdentificeerd. De volledige rapporten zijn als bijlage beschikbaar.

1. Sancties onder de IDD: evolutie in de tijd (2018–2024)

Sinds de IDD van toepassing werd:

  • nam het aantal gemelde sancties toe na het eerste jaar,
  • werd een piek bereikt rond 2021,
  • en stabiliseerde het aantal zich nadien op een lager niveau.

EIOPA verklaart de piek rond 2021 door de afronding van de eerste volledige toezichtcycli, de toenemende vertrouwdheid met de IDD en de normalisering van sanctioneringsprocedures. EIOPA benadrukt daarbij dat jaarlijkse schommelingen voornamelijk het gevolg zijn van toezichtpraktijken en niet van veranderingen in het onderliggende marktgedrag.

Voor 2024 rapporteerden nationale autoriteiten 1.656 IDD‑gerelateerde sancties binnen de EER. Na meerdere volledige toezichtcycli beschouwt EIOPA deze cijfers als indicatief voor een duurzame en mature toepassing van de IDD, en niet langer als een overgangsfase.

2. Geografische reikwijdte en rapportering

In 2024 rapporteerden:

  • 24 EER‑landen sancties onder de IDD,
  • zes landen geen sancties.

EIOPA benadrukt dat het ontbreken van gerapporteerde sancties niet betekent dat er geen toezicht werd uitgeoefend. Vaak wijst dit op het gebruik van informele of corrigerende maatregelen die buiten het toepassingsgebied van de geharmoniseerde rapporteringsmethodologie vallen.

3. Types sancties: hoe toezichthouders ingrijpen

Op EER‑niveau was in 2024 het meest gebruikte sanctietype:

  • de intrekking van de registratie, goed voor 51% van alle sancties.

Andere maatregelen zijn onder meer bevelen tot staking (cease‑and‑desist‑bevelen), administratieve geldboetes en andere toezichtmaatregelen. De samenstelling van deze instrumenten verschilt sterk per lidstaat, afhankelijk van het nationale kader en de handhavingstraditie.

België in context

België vertegenwoordigt 275 sancties van de 1.656 gerapporteerde sancties in de EER (≈16,6%). Het Belgische profiel wordt gekenmerkt door:

  • een uitgesproken gebruik van bevelen tot staking (≈81,5%),
  • aangevuld met intrekkingen van registratie (≈16,7%),
  • terwijl administratieve geldboetes selectief worden ingezet (≈1,8%).

In vergelijking met het EER‑gemiddelde, waar intrekkingen domineren, maakt België vaker gebruik van corrigerende interventies. Zoals EIOPA aangeeft, weerspiegelt dit een bewuste toezichtkeuze en geen verschil in regelgevingsambitie.

4. Types inbreuken: waarop sancties betrekking hebben

Organisatorische en professionele vereisten

Over de volledige rapporteringsperiode heeft een aanzienlijk deel van de sancties betrekking op de vereisten van artikel 10 IDD, met name:

  • registratievoorwaarden,
  • beroepsaansprakelijkheidsverzekering,
  • vereisten inzake kennis en bekwaamheid.

Deze aandacht beperkt zich niet tot de beginjaren van de IDD, maar blijft een terugkerend aandachtspunt van het toezicht.

Gedragsregels (conduct of business)

Voor 2024 biedt EIOPA meer gedetailleerd inzicht in conduct‑gerelateerde inbreuken. De meeste sancties in deze categorie hebben betrekking op het niet‑naleven van de verplichting om:

  • eerlijk, billijk en professioneel te handelen,
  • te handelen in het beste belang van de klant.

Dit bevestigt een toenemende focus op gedragsmatige uitkomsten, eerder dan op louter formele conformiteit.

België: profiel van de inbreuken

In België heeft ongeveer 93% van de gerapporteerde inbreuken betrekking op gedragsregels, terwijl organisatorische vereisten een veel kleinere rol spelen. Dit staat in scherp contrast met het EER‑gemiddelde, waar organisatorische inbreuken domineren.

Dit wijst erop dat in België toezichthoudend optreden vaker wordt getriggerd door de praktische toepassing van de regels dan door structurele tekortkomingen, wat opnieuw het verschil in toezichtfocus illustreert.

5. Geldboetes: aantallen versus bedragen

In 2024:

  • werden in 11 EER‑landen geldboetes opgelegd,
  • varieerden de jaarlijkse bedragen per land tussen EUR 10.000 en EUR 516.000,
  • bedroeg het totaalbedrag in de EER EUR 1,58 miljoen.

België rapporteerde vijf geldboetes, goed voor een totaalbedrag van ongeveer EUR 407.500, geconcentreerd op een beperkt aantal dossiers inzake kernverplichtingen van professionele en organisatorische aard. Geldboetes fungeren in België als een gericht toezichtinstrument, eerder dan als een routinematig handhavingsmiddel.

EIOPA benadrukt dat geldboetebedragen steeds moeten worden gelezen in samenhang met andere toezichtmaatregelen, en niet op zichzelf.

6. Ruimere toezichtcontext

Het IDD‑toepassingsverslag van EIOPA plaatst de sanctiegegevens in een bredere context:

  • het aantal geregistreerde tussenpersonen blijft dalen,
  • grensoverschrijdende distributie neemt toe (+12% EU‑paspoorten tussen 2020 en 2024),
  • het toezicht richt zich steeds meer op advieskwaliteit, verkooppraktijken en uitkomsten in plaats van procedureel afvinken.

EU‑brede mystery shopping‑oefeningen bevestigen dat complexere verkoopprocessen niet noodzakelijk tot betere consumentenresultaten leiden.

EIOPA vestigt daarnaast de aandacht op digitalisering, AI‑gedreven distributietools, duurzaamheidsverplichtingen en overlappende regelgevingskaders, waarbij verdere richtsnoeren en toezichtconvergentie aangewezen worden geacht.

Concluderend perspectief

De EIOPA‑gegevens tonen duidelijk een evolutie:

  • van initiële implementatie naar mature toezichtvoering,
  • met blijvende aandacht voor organisatorische en gedragsvereisten,
  • een ruime inzet van corrigerende maatregelen,
  • en een toenemende focus op concrete klantuitkomsten.

Sancties alleen volstaan niet om de effectiviteit van het toezicht te beoordelen en moeten steeds worden gelezen in samenhang met bredere markt‑ en toezichtanalyse.

In deze context spelen beroepsverenigingen een belangrijke rol. Via een voortdurende dialoog met EIOPA en de Europese instellingen – met name via BIPAR op Europees niveau – dragen zij bij aan het vertalen van toezichtverwachtingen naar werkbare, proportionele en pragmatische oplossingen voor tussenpersonen.


Executive box: kerncijfers in één oogopslag

IDD‑toezicht: EIOPA‑hoogtepunten
EERBelgië
Periode2018–20242018–2024
Sancties (2024)1.656275
Meest gebruikte sanctieIntrekking registratie (51%)Bevelen tot staking (≈82%)
Belangrijkste inbreukenOrganisatorische & professionele vereisten
Gedragsregels
Gedragsregels
Geldboetes (2024)EUR 1,58 miljoen≈ EUR 407.500

Markttrend: minder tussenpersonen, meer paspoorting
Toezichttrend: van formele naleving naar outcome‑based toezicht

Opmerking: de door EIOPA gepubliceerde cijfers zijn gebaseerd op een geharmoniseerde Europese rapporteringsmethodologie en kunnen verschillen van cijfers van nationale toezichthouders zoals de FSMA, louter om methodologische redenen.

Documenten (2)

EIOPA: 3rd Report on the application of the IDD (30 March 2026)
Download
EIOPA: Factsheet on the 3rd IDD application report (30 March 2026)
Download

Deel dit artikel

Lees ook deze artikels

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten?