De FSMA heeft de rentevoet gepubliceerd die in 2027 van toepassing is voor de berekening van de wettelijke minimumrendementsgarantie overeenkomstig artikel 24 van de Wet betreffende de Aanvullende Pensioenen (WAP).
Het wettelijk minimumrendement blijft daarmee 2,50%. Nadat het minimumrendement in 2025, na acht opeenvolgende jaren op het wettelijke minimum van 1,75%, werd verhoogd naar 2,50%, blijft dit niveau ook in 2027 behouden.
Wettelijke berekening
De jaarlijkse publicatie door de FSMA is geen beleidsbeslissing, maar de toepassing van de berekeningswijze die de wetgever in de WAP heeft vastgelegd.
Sinds de hervorming van 2016 wordt het minimumrendement jaarlijks berekend aan de hand van een wettelijke formule die rekening houdt met de evolutie van het rendement van de Belgische lineaire obligaties (OLO’s) op 10 jaar, met een ondergrens van 1,75% en een bovengrens van 3,75%. Daarnaast voorziet de wet in een specifieke afrondings- en aanpassingsregeling. Daardoor leidt een beperkte jaarlijkse wijziging van de berekende rente niet noodzakelijk tot een aanpassing van het wettelijke minimumrendement.
Een werkgeversverplichting
De wettelijke minimumrendementsgarantie blijft een verplichting van de inrichter van het pensioenplan (de werkgever of de sector) en niet van de pensioeninstelling.
De werkgever moet erop toezien dat de wettelijk gegarandeerde waarde wordt bereikt op de momenten waarin de WAP voorziet, bij pensionering of bij de overdracht van de pensioenreserves. Indien het rendement van de groepsverzekering of het pensioenfonds ontoereikend is om deze wettelijke garantie te behalen, moet de werkgever het verschil bijpassen. De rendementsgarantie kan dus, afhankelijk van de prestaties van het pensioenplan, aanleiding geven tot een bijkomende financiële verplichting voor de werkgever.
Horizontale en verticale methode
Voor de toepassing van de wettelijke minimumrendementsgarantie maakt de WAP een onderscheid tussen de horizontale en de verticale methode.
- Horizontale methode – veelal van toepassing bij tak 21-pensioentoezeggingen: voor elke premie blijft de wettelijke minimumrente gelden die van toepassing was op het ogenblik van de storting. Latere wijzigingen van de wettelijke rente hebben enkel gevolgen voor toekomstige bijdragen.
- Verticale methode – doorgaans van toepassing bij tak 23-pensioentoezeggingen en pensioenfondsen: de op dat ogenblik geldende wettelijke minimumrente geldt voor de volledige opgebouwde pensioenreserve. Een wijziging van de wettelijke rente werkt daardoor ook door op de reeds opgebouwde reserves.
Meer informatie is beschikbaar op de website van de FSMA.