Wat zien we internationaal?
De nieuwe VBO-conjunctuuranalyse maakt duidelijk hoe een voorzichtig economisch herstel opnieuw wordt afgeremd door een externe aanbodschok. De impact van de Iran-crisis reikt daarbij verder dan energie alleen en beïnvloedt ook grondstoffenprijzen, inflatieverwachtingen, investeringsbeslissingen en concurrentiekracht. Wat internationale instellingen steeds vaker omschrijven als geo-economic fragmentation wordt daarmee steeds tastbaarder.
- Wereldeconomie: de groeiverwachting wordt neerwaarts bijgesteld tot 3,1%. De spanningen in het Midden-Oosten komen bovenop bestaande handelsbarrières en een reeds verhoogde geopolitieke onzekerheid, met gevolgen voor energie-, metaal- en voedselprijzen.
- Verenigde Staten: de economie blijft relatief veerkrachtig dankzij investeringen in AI, datacenters en digitalisering, die de productiviteit en groei ondersteunen. Tegelijk volgen de markten nauwlettend hoe FED-voorzitter Kevin Warsh het evenwicht zal bewaken tussen prijsstabiliteit, werkgelegenheid en duurzame economische groei.
- China: industrie en uitvoer blijven de groei dragen, maar een zwakke binnenlandse vraag, vastgoedproblemen en exportafhankelijkheid illustreren de moeilijke omschakeling naar een meer intern gedragen groeimodel.
- Europa: de eurozone flirt met stagflatie. Als netto-importeur van energie blijft Europa bijzonder gevoelig voor geopolitieke schokken. De uitdaging bestaat erin prijsstabiliteit, investeringscapaciteit en concurrentiekracht gelijktijdig te versterken.
- Duitsland en Frankrijk: Duitsland ondervindt de gevolgen van hoge energiekosten en toenemende internationale concurrentie, terwijl Frankrijk wordt afgeremd door politieke en budgettaire onzekerheid die structurele hervormingen bemoeilijkt.
- Spanje en Nederland: tonen meer veerkracht dankzij een sterkere binnenlandse vraag, investeringen en een gunstige arbeidsmarktdynamiek, wat het belang van een robuuste interne economie onderstreept.
En België?
België bevindt zich midden in deze internationale dynamiek. De private consumptie blijft vrijwel de enige groeimotor, maar de nieuwe inflatieschok begint ook die motor af te remmen: de inflatie liep in april op tot 4%, tegenover 1,65% in januari. Ondernemingen blijven voorzichtig investeren, waarbij de focus vooral ligt op energie-efficiëntie en rationalisatie, terwijl strengere kredietvoorwaarden bijkomende druk zetten op investeringsbeslissingen. Tegelijk levert de uitvoer nauwelijks nog een positieve bijdrage aan de economische groei. De groeiverwachting voor 2026 werd dan ook teruggebracht tot 0,5%. Nochtans blijft economische groei essentieel om onze welvaart te vrijwaren en de noodzakelijke budgettaire sanering mogelijk te maken. Het is daarom belangrijk dat de begrotingsinspanning de concurrentiekracht van ondernemingen niet verder aantast en ruimte blijft bieden voor investeringen en duurzame groei.